APEX F1 Nieuws
Piastri: 'F1-coureurs machteloos door motorsoftware'
Oscar Piastri uit forse kritiek op de nieuwe F1-motorreglementen, die coureurs te weinig controle geven over de vermogensafgifte en hen soms tot passagier maken, vooral op snelle circuits.
Door Patrick Koster ? 2026-07-24T07:03:38.000Z
De frustratie onder Formule 1-coureurs over de nieuwe 2026-motorreglementen neemt toe. Recentelijk liet Oscar Piastri zich scherp uit over de geringe mate van controle die rijders nog hebben over de krachtbron van hun bolide. Volgens de Australiƫr kan dit leiden tot een gevoel van machteloosheid, waarbij de software van de motor een te grote rol speelt in de uiteindelijke rondetijd.
Vooral op de hogesnelheidscircuits, zoals Spa-Francorchamps en Silverstone, kwamen de tekortkomingen van de huidige krachtbronnen pijnlijk aan het licht. Op deze snelle banen met lange rechte stukken en uitdagende bochten ervaren coureurs dat zelfs minimale aanpassingen in hun rijtechniek een aanzienlijk, ongewenst effect hebben op het beschikbare motorvermogen. Dit maakt het voor hen lastig om de wagen consistent op de limiet te besturen.
Piastri legde uit dat de hybride component van de motor tegenwoordig een veel groter deel van het totale vermogen levert dan voorheen. Waar bij oudere hybride-eenheden de impact van kleine foutjes minder groot was door een kleiner aandeel van de elektrische kracht, komt nu ruwweg de helft van het vermogen uit de hybride-eenheid. Dit betekent dat elke kleine afwijking of onvolkomenheid in de afstelling of software een enorme invloed heeft op de prestaties.
Coureurs kunnen weliswaar een 'boost-knop' gebruiken, voornamelijk voor inhaalacties, maar bredere controle over de vermogensafgifte is er nauwelijks. Piastri beschreef het gevoel soms als passagier te zijn, waarbij de complexe motorsoftware in belangrijke mate de beslissing neemt over de snelheid, in plaats van de precieze wijze waarop hij een bocht aansnijdt. Dat verschil voelt fundamenteel verkeerd voor een racer.
De Belgische Grand Prix diende als een duidelijk voorbeeld van deze problemen. Op de lange rechte stukken van Spa en zelfs in het middenstuk reden de bolides af en toe uitsluitend op de verbrandingsmotor, zonder elektrische ondersteuning. Dit zorgde voor een onnatuurlijke ervaring, waarbij bochten met wisselende vermogensniveaus moesten worden genomen. De kleinste programmeerverschillen in de motoren hadden zo direct grote gevolgen voor de rondetijden.
Hoewel Piastri ervan uitgaat dat motorfabrikanten manieren zullen vinden om de effecten van deze beperkingen te verminderen naarmate ze meer ervaring opdoen met de reglementen, is hij sceptisch over een volledige oplossing binnen de huidige kaders. Toch verwacht hij dat de problemen minder prominent zullen zijn op de Hungaroring, waar kortere rechte stukken de invloed van deze vermogensfluctuaties zullen beperken.